MRSA
MRSA (Meticilline Resistente Staphylococcus aureus) is een bacterie die ongevoelig (resistent) is voor de meest gangbare antibiotica. Daardoor is deze moeilijk te bestrijden. Gedrag en verspreiding van de bacterie komen overeen met de gewone huidbacterie Staphylococcus aureus die bij veel mensen voorkomt. Besmetting met MRSA is vooral gevaarlijk voor mensen met een ernstig verminderde weerstand. Voor zorginstellingen, zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen, vormt de bacterie dus een grote bedreiging.
Ontwikkeling bacterie
De Staphylococcus aureus is in de loop der jaren resistent geworden voor de meest gangbare antibiotica. Dat maakt bestrijding moeilijk. Een van de middelen die de groei van de bacterie nog wél kan stoppen, is het antibioticum Vancomycine. Nadelen hiervan zijn de bijwerkingen voor de patiënt en het feit dat het middel alleen intraveneus (via infuus) toegediend kan worden. Bovendien kan de bacterie op den duur ook tegen dit antibioticum resistent worden. In Nederland wordt het middel daarom alleen als laatste behandelmogelijkheid ingezet. In veel (vooral in Zuid-Europese) landen worden krachtige antibiotica, waaronder Vancomycine, vaker en op bredere schaal toegediend. Daarmee wordt de kans op resistentie vergroot. In buitenlandse ziekenhuizen behandelde patiënten kunnen de bacterie mee naar Nederland nemen.
Laatste onwikkelingen in veehouderijen
Varkens blijken vaak besmet te zijn met MRSA en aangetoond is dat nauw contact met deze varkens kan leiden tot overdracht van MRSA naar de mens. Dit blijkt ook het geval bij personen die nauw contact hebben met vleeskalveren.
Waar komt MRSA voor?
MRSA komt wereldwijd voor. De bacterie is vooral te vinden op plaatsen waar veel antibiotica wordt gebruikt, zoals in zorginstellingen en bovengenoemde veehouderijen. Dankzij een streng landelijk beleid is in Nederland ‘slechts’ 0,5% - 1% van de gevonden Staphylococcus aureus bacteriën een MRSA. In het buitenland wordt een minder streng antibiotica-beleid gevoerd en is dit 20 tot 50%. Patiënten die in een buitenlands ziekenhuis zijn behandeld, kunnen de bacterie dan ook mee naar Nederland nemen. Door het strenge isolatiebeleid in Nederlandse zorginstellingen, wordt verdere verspreiding vaak voorkomen.
Landelijk beleid aanpak MRSA
Omdat MRSA steeds moeilijker te bestrijden zal zijn met medicijnen, heeft de overheid bepaald dat MRSA direct moet worden aangepakt volgens het zogenoemde ‘Search and Destroy’-beleid. Dit is vooral gericht op het nemen van voorzorgsmaatregelen om MRSA-verspreiding te voorkomen.
Specifiek voor de gezondheidszorg is er de Werkgroep Infectie Preventie (WIP). Deze is in 1981 opgericht en bestaat uit deskundigen op het gebied van infectiebestrijding. De werkgroep heeft richtlijnen opgesteld ter voorkoming van MRSA-besmetting. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) beschouwt deze richtlijnen als norm. Instellingen die van de richtlijnen afwijken moeten hun keuze voor een ander beleid kunnen verantwoorden.
Search-beleid
Patiënten die in een buitenlands ziekenhuis zijn verpleegd of vanwege woon/werksituatie in contact komen met levende vleeskalveren en/of varkens, worden bij binnenkomst standaard getest op MRSA. Deze groep wordt als “verdacht” aangemerkt.
Soms wordt MRSA bij toeval ondekt uit een routine kweekonderzoek.
Signalering
Een patiënt die MRSA verdacht is of besmet (gekoloniseerd) is met MRSA, krijgt een signalering in het digitale ziekenhuis informatie systeem. Medewerkers van het ziekenhuis zien dit als ze de patiëntgegevens openen. Zij kunnen dan contact opnemen met de adviseur infectiepreventie over welke maatregelen genomen moeten worden.
Maatregelen bij MRSA verdacht of besmet
Wanneer een patiënt MRSA verdacht is of besmet (gekoloniseerd) is met MRSA dan wordt...
- ...bij het polikliniekbezoek de afspraak aan het einde van het spreekuur gezet en de nodige voorzorgsmaatregelen uitgevoerd.
- ...bij opname de patient verpleegd op een éénpersoonskamer (strikte isolatie) en ook hier worden de voorzorgsmaatregelen toegepast.
Deze voorzorgmaatregelen bestaan uit het dragen van mondneusmasker, handschoenen, muts en overschort (door het personeel). Ook worden er kweken afgenomen.
Wij verzoeken de patient om na zijn polikliniekbezoek het ziekenhuis te verlaten. Een bezoek brengen aan opgenomen patiënten is alleen mogelijk na overleg met de afdeling Infectiepreventie.
Bezoek
Bij opname mag de patient wel gewoon bezoekers ontvangen, maar deze moeten ook de bovengenoemde voorzorgsmaatregelen nemen. Na het bezoek moeten ze hun handen zorgvuldig desinfecteren. We adviseren het bezoek om niet aansluitend andere patiënten in het ziekenhuis te bezoeken. Zolang men zelf gezond is, bestaat er voor nauwelijks kans op besmetting. Maar zonder het te merken, kan men de bacterie meenemen en overdragen aan mensen met een verminderde weerstand of pas geopereerde mensen. En die kunnen wel gekoloniseerd raken en eventueel ziek worden van de bacterie.
Inventarisatiekweken MRSA
Om vast te kunnen stellen in hoeverre een patiënt besmet is met de bacterie, worden er kweken van de slijmvliezen (keel, neus en perineum) en eventueel aanwezige wonden genomen. Deze monsters worden op kweek gezet en op MRSA getest.
Mogelijke besmetting van zaalgenoten
Het kan zijn dat er bij een patiënt een MRSA wordt aangetroffen, terwijl hij/zij op een meerpersoons patiëntenkamer ligt met andere patiënten. De zaalgenoten van de besmette patiënt worden dan onderzocht, om te kijken of zij de bacterie ook hebben. Dit gebeurt door het afnemen van kweken. Totdat de resultaten van deze kweken bekend zijn, verblijven deze zaalgenoten tijdens hun opname in isolatie.
Opheffen van de isolatie
De isolatie wordt opgeheven als de kweekuitslagen geen MRSA opleveren. De patiёnt mag dan ook op zaal liggen. Als er wel MRSA wordt gekweekt, blijven de maatregelen gehandhaafd gedurende het hele verblijf in het ziekenhuis.